Wat houdt het uitkeringsverbod in?

lighthouse-4752594_1920

Voor verenigingen geldt een uitkeringsverbod. Maar soms zijn er uitkeringen die je wel mag doen.

Verkoop van eigen grond

Een vereniging die een Duinterrein beheert meldt zich bij mij omdat zij een stuk duingrond aan een natuurorganisatie willen verkopen. Dat was voor beide verenigingen praktisch. Maar met de verkoop zou de kleine vereniging een geldbedrag krijgen dat zij voor het runnen van hun vereniging niet nodig hadden. Ze zouden met een fors overschot te maken krijgen. Het plan was om het bedrag voor een deel onder de leden te verdelen. Maar kan het eigenlijk wel vroegen zij zich af, want toen bleek daar ineens een uitkeringsverbod voor verenigingen te bestaan.

Geen winst verdelen

Het uitkeringsverbod staat in art. 2:26 Burgerlijk Wetboek verwoord als: de vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen. Het uitkeringsverbod is geen loze wettelijke regel. De reden dat dit verbod bestaat is dat verenigingen geen verkapte coöperatie mogen zijn. Dat is immers de verenigingsvorm die specifiek bedoeld is om winsten aan leden uit te keren. Voor een coöperatie gelden echter andere wettelijke regels en die mag je niet ontwijken door dan maar een gewone vereniging op te richten en ook winsten te gaan verdelen onder leden. Wil je structureel winst verdelen onder je leden, dan zul je dus een coöperatie moeten oprichten.

Wat is winst?

Het uitkeringsverbod verbiedt verenigingen om winst aan leden uit te keren. Het is dus de vraag wat als ‘winst’ wordt gezien en onder het uitkeringsverbod valt. Daar is helaas geen eenduidig antwoord op. Het hangt steeds van de specifieke omstandigheden af. Er zijn ook uitzonderingen van ‘materiële voordelen’ die niet als winst worden gezien en dus wel uitgekeerd mogen worden. Ik moet dus per geval beoordelen of er bij bepaalde geldbedragen sprake is van winst en of dat wel of niet aan de leden betaald mag worden.

Het is wel belangrijk om zeker te weten of gelden aan leden gegeven mogen worden. Want als het als ‘winst’ wordt gezien, zijn besluiten tot uitkering daarvan nietig en dus niet rechtsgeldig. Ga je die bedragen dan toch betalen, dan moeten deze betalingen later weer ongedaan worden gemaakt als iemand beroep doet op die nietigheid. Daar wordt niemand blij van. Blijkt dat niet (meer) mogelijk, dan komt ook nog eens de bestuurdersaansprakelijkheid in beeld. De aanvankelijke vreugde over ‘een extra centje’ is dan gauw verdwenen.

mr. Marjo Vink