Mag sportbond leden verplichten sponsorkleding te dragen?

Tegenstrijdige belangen

Bij het opleggen van verplichtingen aan leden kunnen tegenstrijdige belangen een grote rol spelen. Vooral in de topsport is dat vaak een probleem. De bond sluit dan contracten met een sponsor, terwijl de sporters individueel ook al sponsoren hebben. Kun je als bond dergelijke verplichtingen aan leden opleggen? Niet altijd, zo merkte de judobond.

 

judo

Verplichte judopakken

De judobond sluit met Green Hill een overeenkomst, waarbij Green Hill de leverancier van judokleding en sportkleding wordt voor de gehele nationale selectie. De bond bericht haar leden per brief over de verplichting.

De judoka’s hebben echter zelf een sponsorovereenkomst gesloten met een judopakkenleverancier. Zij ontvangen van hun sponsor een kledingpakket met daarin onder meer een judopak. Het judopak dat zij van hun sponsor krijgen is ofwel op maat gemaakt ofwel op maat aangepast. Twee judoka’s ontvangen daarnaast een financiële vergoeding van hun sponsor.

Green Hill houdt de judobond echter aan haar verplichting dat haar judoka’s de pakken van Green Hill moeten dragen.

Het ene lid wel, het andere niet

De bond besluit daarop dat alleen de judoka’s met een eigen sponsorovereenkomst met een waarde van meer dan € 20.000,00 worden uitgezonderd van de verplichting om tijdens wedstrijden de judopakken van Green Hill te dragen. Dat betreft slechts twee judoka’s.

De bond verzoekt de judoka’s daarna herhaaldelijk om de Green Hill pakken te gaan dragen maar zij weigeren dit. De judobond laat weten dat de judoka’s niet meer toegelaten zullen worden tot de nationale selectie als zij de pakken niet gaan dragen. De judoka’s pikken dit niet en stappen naar de rechter.

Geen toestemming bondsraad

De rechter oordeelt dat de overeenkomst tussen de judobond en Green Hill een ledencontract betreft. De bevoegdheid om een ledencontract met verplichtingen af te sluiten moet in de statuten staan en er kunnen voorwaarden aan verbonden zijn. Dat was ook bij de judobond het geval. Toestemming van de bondsraad was vereist. Die is er niet. De overeenkomst bindt de leden dan ook niet. De overeenkomst bindt wel de vereniging, zij zal zelf een oplossing moeten zoeken omdat zij de afspraken met Green Hill nu niet kan nakomen.

Belangenafweging

Om dezelfde discussie te voorkomen, als de bond wel toestemming krijgt van de bondsraad, doet de rechter ook uitspraak of de verplichting rechtsgeldig aan de judoka’s opgelegd kan worden. Hierbij worden de belangen afgewogen van beide partijen.

De judobond zegt dat zij volgens het contract de judoka’s moet verplichten om de pakken te dragen. Dat blijkt echter niet uit de tekst van de overeenkomst.

De bond zegt ook dat zij met de overeenkomst inkomsten ontvangt die ten goede komen aan de gehele judosport dus niet alleen de topsport. De overeenkomst biedt echter met name voordelen voor de nationale selectie en niet voor de gehele judosport. Daarnaast heeft de judobond nog nauwelijks inkomsten uit de verkoop van pakken gehaald.

Als laatste wil de bond graag eenheid in haar nationale selectie. Echter, de bond heeft zelf voor twee van haar topjudoka’s, een uitzondering gemaakt. Daarmee spreekt de bond zichzelf tegen, want eenheid is er dan al niet meer.

Het ene pak is het andere niet

De judoka’s zeggen dat er grote verschillen bestaan in afmetingen tussen de pakken van Green Hill en hun eigen sponsorpakken. Dit is ter zitting ook aangetoond. Het judopak is onderdeel van de wedstrijd, er wordt aan getrokken en vastgehouden. Het kan voor de uitslag van een wedstrijd dus van belang zijn wat voor pak er aangetrokken wordt. De eigen pakken zijn op maat gemaakt, de pakken van Green Hill zijn slechts standaardpakken. Daarnaast ontvangen vele judoka’s financiële vergoedingen van hun sponsors, die duizenden euro’s bedragen. Het staat vast dat zij deze vergoedingen zullen mislopen als zij pakken van Green Hill gaan dragen.

De rechter oordeelt dat de belangen van de judoka’s groter zijn dan van de bond. Daar komt bij dat judoka’s zonder lidmaatschap niet kunnen deelnemen aan (internationale) wedstrijden. de bond heeft dus een machtspositie en dient daar bij het opleggen van sancties rekening mee te houden. Daarnaast heeft de bond de judoka’s niet tijdig en niet zorgvuldig bij de besluitvorming betrokken. Met het sluiten van de overeenkomst heeft zij dan ook niet redelijk en billijk gehandeld jegens haar leden.

Bron:

Judobond Nederland tegen 16 wedstrijdjudoka’s Rechtbank Amsterdam 22-5-2013

mr. Marjo Vink, jurist verenigingsrecht

marjo@legalletters.nl

2016 visitekaartje voorkant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s