Een vereniging heeft géén algemene voorwaarden. De stichting juist wel.

“Kun je de algemene voorwaarden voor onze vereniging nakijken?” vroeg een verenigingsbestuurder. Eehh, nee eigenlijk niet. Want een vereniging heeft geen algemene voorwaarden! En een stichting bij voorkeur wel. Hoe zit dat? Gebruik de juiste juridische termen, dat voorkomt een hoop problemen.

Screenshot-2017-10-30 Gratis afbeelding op Pixabay - Blad, Herfst, Bladeren Vallen(1)

Algemene voorwaarden

De wettelijke regeling van algemene voorwaarden komt uit het verbintenissenrecht en meer specifiek het contractenrecht. Dit staat in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Bij het contractenrecht horen zaken als vorderingen tot nakoming, wanprestatie, opschorting, aansprakelijkheid en schadevergoeding als een der partijen verzaakt. Dat is een andere constructie dan die van lidmaatschap. Lidmaatschap staat in boek 2 van het Burgerlijk wetboek. Het zijn dus twee aparte rechtsfiguren met elk hun eigen regels. Er is wel eens discussie of het lidmaatschap tevens ook een contract is, maar noch de wet, noch juridische auteurs geven daar uitsluitsel over. En in de rechtspraak is er ook nooit duidelijkheid gegeven. Vooralsnog moet er dus vanuit gegaan worden dat het aparte juridische constructies zijn.

De juridische grondslag bij verenigingen

De juridische verhouding tussen de vereniging en haar leden is het lidmaatschap. De vereniging kan leden rechten geven en plichten opleggen. Dat gebeurt in statuten reglementen en besluiten. Bij het lidmaatschap horen rechten als stemrecht en inspraak op het bestuur via de algemene ledenvergadering. Leden betalen meestal ook contributie. Bij het lidmaatschap horen ook begrippen als schorsing en royement.

Veel verenigingen geven nieuwe leden een uittreksel van die statuten en (huishoudelijk) reglement. Zij noemen dat vaak ‘algemene voorwaarden’ maar dat zijn het niet! Het zijn verenigingsafspraken of verenigingsregels.

De vereniging moet de term algemene voorwaarden vermijden. Het leidt namelijk tot problemen. Leden menen dat zij te maken hebben met een contract. In geval van discussie grijpen zij dan ook vaak terug op de regels en vorderingen uit het contractenrecht, terwijl het bestuur het verenigingsrecht hanteert.

De juridische grondslag bij stichtingen

Een stichting heeft geen leden. Zij kennen dus geen lidmaatschap of contributie en hebben geen stemrecht of inspraak in het bestuur. Schorsing of royement kennen zij evenmin. In haar statuten staat dan ook niet heel veel meer dan taken en bevoegdheden van het bestuur. Een stichting kan wel dienstverlening aanbieden aan mensen die zich daarvoor inschrijven en betalen. Dit gaat op basis van een contract, net zoals een sportschool dat doet.

Als een stichting aan leden rechten wil geven of verplichtingen op wil leggen zal zij dat dus in het contract moeten doen. Dat geldt ook voor het aanpakken van wangedrag. En omdat je alle deelnemers gelijk wilt stellen en deze algemene regels voor iedereen van toepassing wilt verklaren kun je een reglement opstellen (en het reglement in het contract van toepassing verklaren) of je maakt de regels onderdeel van het contract zelf: de algemene voorwaarden.

Kortom, een vereniging heeft een lidmaatschap en gebruikt verenigingsafspraken, een stichting gebruikt een contract en algemene voorwaarden.

lees ook:

Een stichting met leden? Het verschil tussen een vereniging en stichting

mr. Marjo Vink – jurist verenigingsrecht en contractenrecht

cropped-2016-visitekaartje-voorkant3.jpg