De ene schorsing is de andere niet

guilty-3096217_1920

Bij het opleggen van een schorsing gaat het nogal eens mis. Dat komt grotendeels door de emoties die er ongetwijfeld meespelen én door gebrek aan kennis. Zo weten de meeste bestuurders niet dat er in een vereniging drie typen schorsing kunnen zijn en soms wel vier. Welke schorsingen zijn er?

De wedstrijdschorsing

Bij sportverenigingen zit vaak de wedstrijdschorsing in het sanctiepakket, als er een overtreding is begaan bij een sportwedstrijd. Vaak opgelegd door een tuchtcommissie. Zo’n schorsing en de regels die daarbij horen, komen voort uit het wedstrijdreglement of een tuchtreglement.

Wettelijke schorsing

De wettelijke schorsing hangt samen met een royement (ontzetting) waarbij het lidmaatschap beëindigd wordt. Een lid dat geroyeerd wordt, heeft het recht om in beroep te gaan binnen de vereniging. Wil hij dat, dan is hij vanaf het moment dat hij de royementsbrief ontvangen heeft tot aan de zitting in beroep geschorst en kan hij zijn lidmaatschapsrechten niet meer uitoefenen, behalve dan zijn recht om in beroep te gaan.

Statutaire schorsing

De statutaire schorsing is bedoeld om een lid tijdelijk te weren uit de vereniging. Hier hangt altijd een termijn aan vast, het lidmaatschap wordt niet opgezegd. Deze schorsing moet in de statuten staan, wettelijk bestaat hij niet. Procedureregels moeten in de statuten staan en komen voort uit de rechtspraak.

Schorsing van bestuurder

Het schorsen van een bestuurder gebeurt doorgaans door de alv, meestal om een bestuurder tijdelijk te weren uit de vereniging in onderzoek of een ontslag haalbaar is. Bestuurders kunnen namelijk niet zomaar ad hoc ontslagen worden, daar moet een goede reden voor zijn. Voor bestuurders gelden andere wettelijke en statutaire regels dan voor leden. Zij hebben ook een andere positie dan een lid.

Bezint eer ge begint

Elke schorsing heeft zijn eigen regels. Daar worden door bestuurders vaak fouten mee gemaakt. Dat kan de vereniging duur komen te staan. Een schorsing is een zwaar middel en veel leden ervaren daar nadelige gevolgen van. De kans bestaat dat (bestuurs)leden naar de rechter gaan. De vereniging dient dan ook de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen. Doet het bestuur dat niet, dan is de kans groot dat een schorsingsbesluit vernietigd wordt en dat de vereniging aansprakelijk is voor de schade. Ook wordt wel een dwangsom opgelegd, als de vereniging het lid niet toelaat tot de vereniging. Kortom, bezint eer ge begint en dat start al met het toepassen van de juiste schorsing.

mr. Marjo Vink

cropped-2016-visitekaartje-voorkant3.jpg