Wel of geen beroepsmogelijkheid in de vereniging?

question-mark-1872665_1920

Beroep. Een heet hangijzer voor verenigingen. Bijna altijd van toepassing na een royement en soms ook na opzegging van het lidmaatschap. Veel verenigingen worstelen met het beroep, en ook met de vraag of zij het voor opzegging wel in de statuten willen hebben staan. Daar valt veel over te zeggen, maar doorgaans is mijn advies: doe het niet!

Beroep

Na een royement door het bestuur is een beroep bij de algemene vergadering (of een ander orgaan als dat in de statuten staat) altijd verplicht. Dat is een wettelijke verplichting, en deze beroepsmogelijkheid dient dan ook in de statuten te staan. De algemene vergadering bekrachtigd het besluit van het bestuur of verklaart het beroep gegrond en vernietigd het bestuursbesluit.

Bij opzegging van het lidmaatschap is een beroepsmogelijkheid niet wettelijk verplicht. De vereniging kan er wel zelf voor kiezen en dan moet dit eveneens in de statuten verankerd zijn. Staat er geen beroepsmogelijkheid in de statuten, dan bestaat deze ook niet.

Redenen om wel voor beroep te kiezen

Redenen om wel te kiezen voor een beroepsmogelijkheid bij opzegging zijn dat de vereniging een vorm van machtenscheiding wil doorvoeren. Een strikte machtenscheiding is dat meestal niet, het bestuur neemt de beslissing maar er volgt een ‘toetsing’ door de algemene vergadering. Bij grote organisaties kent men tuchtcommissies die het besluit nemen, eventueel aangevuld met een beroepscommissie die dan de toetsing uitvoert. Een beroepsmogelijkheid zorgt er tevens voor dat een bestuur niet al te gemakkelijk leden opzegt en het biedt de leden een kans om zich nog een keer binnen de vereniging te verdedigen.

Redenen om niet voor beroep te kiezen

Ik raad verenigingen echter meestal af om een beroepsmogelijkheid op te nemen bij opzegging. Het levert zeer veel problemen op. Bestuurders gaan niet zomaar over tot opzegging. Een beroep is af te raden om de volgende redenen:

  • Het grootste probleem is het gebrek aan ervaring met het houden van een beroep. Er worden door bestuurders en verenigingen veel (procedurele) fouten gemaakt bij het beroep. Gaat een lid daarna naar de rechter, dan komen die fouten altijd voor rekening van de vereniging. De kans is dan vrij groot dat een bestuursbesluit tot opzegging weer ongedaan wordt gemaakt en de proceskosten zijn voor de vereniging. Tevens kan de vereniging aansprakelijk zijn voor schade die het lid geleden heeft.
  • De alv is vaak niet competent genoeg of durft een opzegging niet door te zetten. Bestuursleden zijn goed op de hoogte van de situatie, maar de leden meestal niet. Zeker als leden zelf geen last hebben van het lid, kiezen zij graag voor de veilige weg en durven zij een opzegging niet te bekrachtigen, soms ook omdat zij de juridische gevolgen niet kunnen overzien. De alv maakt ook geregeld fouten. Zo komt het regelmatig voor dat de alv een nieuw besluit neemt. Dat is niet de bedoeling. De vereniging komt daardoor onnodig in de problemen.
  • Een beroep veroorzaakt veel ophef en onrust in de vereniging, wat het bestuur weer moet zien te sussen.
  • Een lid zal de mogelijkheid van beroep vrijwel altijd aannemen. Het kost een lid namelijk niets, maar het bestuur wordt wel opgezadeld met extra werk, terwijl zij door de hele situatie vaak toch al zwaar belast zijn. Wil een lid daarna naar de rechter, dan is het zelfs verplicht dat eerst een beroep gehouden is.
  • Een lid kan altijd naar de rechter gaan, ook als er geen beroep binnen de vereniging is. Leden hebben dus wettelijk toch al een vorm van rechtsbescherming, wel is er een drempel omdat zij zelf ook kosten moeten maken voor juridische bijstand. Dat maakt dat alleen leden die echt onterecht buiten zijn gezet of die werkelijk lid willen blijven van de vereniging die moeite zullen nemen.
  • Een werkelijke machtenscheiding is in kleinere, eenvoudige en lokale verenigingen niet haalbaar, ook vanwege gebrek aan vrijwilligers met de juiste kennis. Een beroep levert dan vaak alleen maar meer discussies op.

Haal daarom niet meer problemen in huis dan nodig is en haal bij een volgende statutenwijziging de beroepsmogelijkheid bij opzegging van het lidmaatschap het liefst uit de statuten.

mr. Marjo Vink

cropped-2016-visitekaartje-voorkant3.jpg