Mag een jeugdlid stemmen?

no-987214_1920

Regelmatig krijg ik vragen over het stemrecht van jeugdleden. Mogen die bij de vergadering zijn en meestemmen? Soms wel, soms niet.

De wettelijke regeling

De wet stelt in art. 2:38 BW dat alle leden toegang hebben tot de vergadering en daar minimaal één stem hebben. Art 2:13 BW zegt dat een onbekwame die lid is van een vereniging, zijn stemrecht daarin zelf kan uitoefenen, voor zover de statuten zich daartegen niet verzetten; in andere gevallen komt de uitoefening van het stemrecht toe aan zijn wettelijke vertegenwoordiger.

Jeugdleden hebben dus toegang tot de vergadering en hebben daar in beginsel stemrecht. Statuten mogen een leeftijdsgrens instellen. Vaak wordt deze op 12 of 14 jaar gezet. Jeugdleden van deze leeftijd mogen dan zelf stemmen en hun stem is rechtsgeldig.

Jeugdleden uitsluiten

Iets anders is dat sommige verenigingen jeugdleden van stemrecht uitsluiten. Dat is niet aan te raden en strikt genomen in strijd met de wet. Alle leden dienen immers stemrecht te hebben. Toch komt het regelmatig voor dat verenigingen bepaalde typen leden uitsluiten. Dat komt ook nogal eens voor bij aspirantleden. De juridische literatuur is verdeeld of dat wel of niet kan. Echter als zij geen stemrecht hebben ontstaat een andere situatie. Deze ‘leden’ zijn dan geen leden in de zin van de wet. Dat betekent dat zij niet aan de wettelijke regeling van verenigingsrecht gebonden zijn. Zij zijn wel gebonden aan de statuten en reglementen en besluiten van de vereniging want daar zijn zij bij het aangaan van hun lidmaatschap mee akkoord gegaan. Maar met het uitsluiten van leden creëert de vereniging wel een tweedeling in haar vereniging aangezien de wettelijke regeling op de uitgesloten leden niet van toepassing is. En dat kan in sommige gevallen verkeerd uitpakken als de vereniging bij een geschilpunt haar toevlucht moet zoeken in de wet omdat de statuten geen uitkomst bieden. De vereniging kan dan in die gevallen niet terugvallen op de wet. Bestuurders weten de verschillen ook niet, waardoor zij onbedoeld fouten gaan maken. Het is dus aan te raden iedereen in de vereniging stemrecht te geven zodat voor alle leden dezelfde regels gelden.

Familieconstructies

Wat ik ook nog wel eens tegenkom, is dat er bepaalde familieconstructies in de statuten staan. Ouders die meerdere kinderen op dezelfde vereniging hebben, worden dan ingeperkt in hun stemrecht. Bij drie of meer kinderen wordt dan bijvoorbeeld gezegd dat deze ouders maximaal twee stemmen hebben om grote gezinnen niet teveel invloed te laten hebben op het beleid. Ook dat is in strijd met de wet. Elk jeugdlid mag vertegenwoordigd worden door zijn wettelijk vertegenwoordiger, voor zover hij zelf geen stemrecht heeft. Ouders met drie kinderen die zelf niet mogen stemmen hebben dus recht op drie stemmen. Heeft de vereniging zulke familiebepalingen in de statuten staan, laat de statuten dan vernieuwen. Want het leidt onbedoeld tot fouten bij stemmen en kan mogelijk bepaalde besluiten ongeldig maken. Regel het jeugdstemrecht dus goed, dan ontstaan er ook geen discussies en problemen.

mr. Marjo Vink

cropped-2016-legalletters-logo-klein2.jpg