Welke wettelijke regels gelden voor een vereniging en stichting?

Vaak krijg ik nog de vraag aan welke wettelijke regels een vereniging of stichting moet voldoen. Het eenvoudige antwoord is álle. Want de wet geldt voor iedereen. Maar iets meer valt er toch nog wel over te zeggen 😉

Wat is verenigingsrecht?

Allereerst is er een onderscheid tussen de regels die het lidmaatschap regelen en andere wetgeving. Het gedeelte dat juristen ‘verenigingsrecht’ noemen is geregeld in boek 2 Burgerlijke Wetboek. Dat regelt het lidmaatschap en de verhoudingen intern in de vereniging. Ook de stichting staat in boek 2 BW.

Dat neemt niet weg dat verenigingen en stichtingen ook gebonden zijn aan alle andere wetgeving. Daar zijn zij echter aan gebonden als rechtspersoon. Zo mag ook de vereniging uiteraard geen strafbare feiten begaan want dan komt het wetboek van strafrecht om de hoek kijken of de wet op de economische delicten. Huur je een pand dan is het huurrecht van toepassing en ga je een overeenkomst aan dan ben je gebonden aan het overeenkomstenrecht. Ook de AVG geldt voor verenigingen en ga zo maar door. Maar dat is dus geen verenigingsrecht en ook geen stichtingenrecht.

Boek 2

Het verenigingsrecht is niet zo uitgebreid geregeld in de wet. Het zijn strikt genomen ‘slechts’ 52 artikelen die wonderlijk genoeg ook nog best goed te lezen zijn voor de leek. Dat is met wetgeving wel eens anders. Mocht je dus een keer niet kunnen slapen, begin dan eens aan boek 2, wellicht lukt het dan wel….

Spannend is dat boek echter niet. De wettelijke regeling regelt slechts zaken op hoofdlijnen. Verenigingen kunnen in hun statuten vaak afwijken van de wet en veel wordt ook aan henzelf overgelaten hoe zij zaken willen regelen. Toch zou ik wel aanraden dergelijke afwijkingen in overleg met een jurist te doen want er worden veel missers mee gemaakt. Ik kom vaak statuten tegen die in strijd zijn met de wet.

Maar goed, waar vindt je die regels dan (voor de liefhebber die toch een slaapmutsje nodig heeft)? Want dat is dan meestal de vervolgvraag.

Feitelijk is dat alles. Wat niet wegneemt dat er enkele dikke pillen over geschreven zijn over hoe je die regels dan moet interpreteren. En dan is er natuurlijk nog de rechtspraak waar meneer of mevrouw de rechter nog aanvullende regels vaststelt voor het bestuur. Kortom, om dat onder de knie te krijgen is er toch wel een studie nodig. Laat ik dat vervelende klusje nou al gedaan hebben. Dat scheelt jullie als bestuurders en beroepskrachten toch weer een hoop tijd en het scheelt ook aanzienlijk in de kosten want voor de prijs van een rechtenstudie kun je mij heel wat uurtjes inhuren.

Marjo Vink

Marjo Vink is jurist verenigingsrecht en stichtingenrecht. Zij adviseert en begeleidt bestuurders en beroepskrachten van verenigingen en stichtingen in de non-profit sector. Marjo geeft trainingen en is spreker bij ledenbijeenkomsten. Zij is jarenlang juridisch auteur geweest bij Wolters Kluwer en is huisjurist van diverse koepelorganisaties.