De nieuwe wet bestuur en toezicht. Wat verandert er voor de vereniging en stichting?

Gisteren heeft de Eerste Kamer de nieuwe wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen aangenomen. Dat betekent dat de nieuwe wet binnenkort in werking treedt. Hier de wijzigingen waar het bestuur rekening mee moet houden.

De wijzigingen op een rijtje

  • Er komt een verplichting dat bestuurders zich bij hun taak moeten richten naar de belangen van de vereniging of stichting en de met haar verbonden ondernemingen of organisaties;
  • De statuten moeten een regeling gaan bevatten voor ontstentenis en belet van alle bestuurders en de vereniging zonder bestuur dreigt te komen zitten. Het beste regel je dan ook wat de verschillen zijn met een demissionair bestuur waarbij de vereniging zonder bestuur dreigt te komen zitten want dat zijn verschillende situaties.
  • De statuten moeten een tegenstijdig belangenregeling bevatten voor bestuurders (en toezichthouders);
  • De regel dat de alv vertegenwoordigers kan aanwijzen bij tegenstrijdig belang komt te vervallen. Dergelijke bepalingen in de statuten zijn dus niet meer rechtsgeldig.
  • De algemene vergadering kan bij verenigingen een bezoldiging toekennen aan bestuurders;
  • Bestuurders krijgen een raadgevende stem in zaken waar de algemene vergadering over moet besluiten. De algemene vergadering moet bestuurders dus gelegenheid geven hun zienswijze op een zaak toe te lichten. Dat geldt voor elke bestuurder afzonderlijk. Gebeurt dat niet, dan kan het besluit dat daarop volgt ongeldig zijn.
  • De vereniging of stichting kan gaan werken met een raad van toezicht. Dat kon eerst ook al maar moest dan zelf naar eigen inzicht geregeld worden in de statuten. Nu komen er verplichtingen waaraan de raad van toezicht moet voldoen;
  • De vereniging of stichting kan gaan werken met een combi-bestuur van uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. In dat geval wordt de raad van toezicht geïntegreerd in het ‘gewone’ bestuur, en heb je dus bestuurders die beleid maken en uitvoeren en bestuurders die toezicht houden. Ook dit moet in de statuten staan;
  • Bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk voor een tekort in de failliete boedel indien zij hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Daarvan is voor verenigingen die vennootschapsbelasting moeten betalen in elk geval sprake als de boekhouding niet deugd. Het is dan aan de bestuurder zelf om aan te tonen dat dit geen oorzaak is van het faillissement. Deze regel gaat ook gelden voor alle verenigingen en stichtingen die op grond van een wettelijke bepaling uit de specifieke sector (onderwijswetgeving of zorgwetgeving bijvoorbeeld) verplicht zijn om een jaarrekening op stellen.

Hoewel verenigingen en stichtingen niet verplicht zijn om hun statuten te wijzigen, is dat wel aan te raden. De nieuwe wettelijke bepalingen gaan immers wel gelden. Laat je de statuten ongewijzigd, dan zullen bepaalde bepalingen in strijd zijn met de nieuwe wet en deze zijn niet meer rechtsgeldig. Bij andere rechten en verplichtingen geldt juist dat deze aan de statuten toegevoegd moeten worden. Die staan er nu niet in, echter het bestuur en de alv moeten zich wel aan deze rechten en plichten gaan houden. Aangezien iedereen bij problemen of vragen de statuten raadpleegt en daarnaar handelt, moeten deze up to date zijn. Niemand gaat daarnaast ook nog eens de wet raadplegen, laat staan dat zij weten hoe die wet in verhouding tot de statuten geïnterpreteerd moet worden. Ga dan de alv of bestuurders maar eens uitleggen dat de statutaire bepalingen niet meer rechtsgeldig zijn. Dat levert veel discussie op. Ook denken veel bestuurders dat zij goed bezig zijn als zij de statuten volgen, en dan kan achteraf door deze wetswijziging toch blijken dat het (onbedoeld) verkeerd is gegaan.

Zijn je statuten bovendien ouder dan 10 jaar, dan is het zeer aan te raden om ze te vernieuwen. Er zijn de laatste jaren veel verplichtingen rondom zorgvuldig bestuur aangenomen in de rechtspraak, waar het bestuur eveneens aan moet voldoen en die niet in die statuten staan. Dat geldt ook voor maatregelen en sancties die veel verenigingen niet hebben maar die wel nodig zijn om (klein) wangedrag aan te pakken.

Mijn modelstatuten zijn inmiddels aangepast op deze nieuwe wetgeving, bevatten de zorgvuldigheidsnormen als ook sancties en maatregelen. Kortom, wie zijn vereniging een nieuwe moderne ‘look’ wil geven die aan de eisen van deze tijd voldoet, kan terecht.

Marjo Vink

Marjo Vink is jurist verenigingsrecht en stichtingenrecht. Zij adviseert en begeleidt bestuurders en beroepskrachten van verenigingen en stichtingen in de non-profit sector. Marjo geeft trainingen en is spreker bij ledenbijeenkomsten. Zij is jarenlang juridisch auteur geweest bij Wolters Kluwer en is huisjurist van diverse koepelorganisaties.